Overzicht

In beleid jeugdbescherming is positionering cliëntondersteuning gemiste kans

12, jul, 2021

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de ministeries van Justitie en Veiligheid (JenV) en die van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) hebben gezamenlijk een beleidsnota laten opstellen met een toekomstscenario voor kind- en jeugdbescherming. Via internetconsultatie heeft MEE NL aandacht gevraagd voor een betere positionering van onafhankelijke cliëntondersteuning in dit scenario.

Het huidige systeem van jeugdbescherming is complex en knelt. JenV, VWS en VNG willen de jeugdbescherming daarom effectiever en slimmer organiseren. In het ‘Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming’ wordt een nieuwe structuur voorgesteld om de afstand tussen de hulpverlening en het gezin kleiner te maken door de oprichting van lokale teams met één vast aanspreekpunt. Dit is een stap in de goede richting naar een structuur, die uitgaat van de behoefte van gezinnen en die het vertrouwen ondersteunt.

Cliëntondersteuning onmisbare schakel voor vertrouwen in overheid

In haar reactie op het Toekomstscenario schrijft MEE NL blij te zijn met de expliciete aandacht voor clientondersteuning. Vanuit cliëntperspectief is onafhankelijke cliëntondersteuning een onmisbare schakel bij het (herstellen van) vertrouwen. De doelgroep kampt vaak met wantrouwen richting overheidsinstanties. Tegelijkertijd ziet MEE NL de positionering en beperkte inzet van cliëntondersteuning als een gemiste kans.

Positioneer cliëntondersteuning naast het gezin

MEE NL pleit ervoor onafhankelijke cliëntondersteuning te positioneren naast het gezin. Een onafhankelijke cliëntondersteuner handelt in het belang van het gezin, versterkt de eigen regie, kan als ‘vertaler’ de complexe zorg- en ondersteuningswereld begrijpelijk maken en is zo een belangrijke voorwaarde om het vertrouwen te herstellen.

4 Punten voor betere benutting cliëntondersteuning bij jeugdbescherming

Om onafhankelijke cliëntondersteuning bij kind- en jeugdbescherming beter te benutten, komt MEE NL met de volgende concrete voorstellen:

  1. Alle gezinnen met zorg- en hulpvragen worden aan het begin van het proces, liefst door gemeenten, actief in contact gebracht met een onafhankelijk cliëntondersteuner.
  2. Het gezin behoudt hierdoor zelf de regie. Een onafhankelijk cliëntondersteuner is preventief vanaf het begin betrokken bij de zoektocht naar de passende zorg- en hulpverlening door het lokale team en blijft gedurende het proces naast het gezin staan.
  3. Deze cliëntondersteuner versterkt het gezin zelf, alsmede het sociaal netwerk en steunsysteem. Zo wordt de eigen regie versterkt.
  4. De cliëntondersteuner werkt tot slot domeinoverstijgend en levensbreed. Hierdoor hebben het gezin en hun naasten één vertrouwd aanspreekpunt, die zowel preventief als kortdurend ondersteunt, bijvoorbeeld door het meebewegen van het voorliggende veld naar andere vormen van specialistischere zorg.

Download hier de Inbreng MEE NL  

Toekomstscenario Kind- en Jeugdbescherming (pdf).

 

Heeft u beroepsgeheim? Een situatie met een cliënt die ik niet eerder bij de hand heb gehad (Blog)

17, sep, 2018

Door Jeanet Godeke, consulent MEE

Heeft u beroepsgeheim? Dat was de vraag die een cliënt mij stelde midden in het gesprek dat we samen hadden. Poeh, wat geef ik daar voor antwoord op…….mijn hersenen gaan snel alle opties langs en uiteindelijk antwoord ik, dat het er vanaf hangt wat hij mij gaat vertellen.

Hij kiest ervoor om mij, via een aantal omwegen, duidelijk te maken dat hij een wapen in huis heeft. Ik vraag hem waarom dit is en wat hij van plan is te doen met dit wapen Als hij vertelt dat het is om zijn ex iets aan te doen en daarna ook zichzelf, geef ik hem terug dat ik me afvraag of dat de juiste manier is om met zijn haat jegens zijn ex om te gaan.

Niet alleen vanwege het welbevinden van zijn ex, maar bovenal omdat ik voor me een jongeman zie die aangeeft nog niet klaar te zijn met het leven en juist naar het gesprek met mij is gekomen om te onderzoeken wat er mogelijk is om zijn leven op de rit te krijgen. Daarvoor heeft hij verteld dat hij hopeloos is en niet meer weet hoe hij verder moet. Hij slaapt slecht, is ontzettend moe, merkt dat hij dingen gaat vergeten op zijn werk en een steeds korter lontje krijgt. Daarnaast gebruikt hij meerdere soorten drugs, heeft hij grote schulden (niet door zijn toedoen ontstaan) en heeft hij geen eigen huis. Uitzicht op een leven waar hij van droomt; huisje, boompje, beestje, heeft hij niet.

Gedurende het gesprek spelen de vraag van deze man (heeft u beroepsgeheim?) en het wapen, door mijn hoofd. Het zit me niet lekker en ik weet niet precies hoe te handelen in deze situatie. Dit heb nog niet eerder bij de hand gehad. Wel heb ik jarenlange ervaring in de cliëntondersteuning én hulpverlening en weet ik (door schade en schande) hoe belangrijk het is om bespreekbaar te maken wat zich nu ín mij afspeelt en hier open over te zijn. Vooral ook gelet op de openheid die deze man naar mij toont en de motivatie om zijn leven een andere wending te willen geven. Verder heb ik me tijdens het gesprek geen moment bedreigd of onveilig gevoeld en zie ik een samenwerking met hem zitten.

Aan het eind kom ik op zijn vraag terug. Ik vertel hem dat ik dit binnen MEE bespreekbaar moet maken. Diezelfde dag heb ik een intervisiebijeenkomst met mijn collega’s. Ik zeg hem toe dat ik deze situatie anoniem zal inbrengen en dat ik hem op de hoogte houdt over het vervolg. Dat als ik acties moet uitzetten of als het niet meer anoniem kan blijven, dat ik hem dit zal laten weten. Hij knikt dat hij dat begrepen heeft en zo gaan we uit elkaar.

Tijdens mijn intervisie wordt al snel duidelijk dat mijn collega’s ook vinden dat ik wel degelijk iets moet met wat mij verteld is. Diep van binnen weet ik dit, maar het allerliefst had ik gehad dat er was gezegd ‘nee joh, hier hoef je niets mee’. Waarom? Omdat ik geen idee heb welke kant dit op gaat en ook omdat ik compassie voel voor de man die ik gesproken heb. Ik gun hem een ander leven en zie mogelijkheden om de ommezwaai te maken.

Ik heb meer back-up nodig, dus ik mobiliseer mijn leidinggevenden en gedragsdeskundige. Zij geven mij terug dat ik, na de sessie met mijn intervisiegroep, prima weet wat te doen en dat ze op de achtergrond bereikbaar zullen blijven voor overleg. Ik voel me gesteund door al deze meedenkkracht!

Mijn volgende stap is dat ik contact opneem met de politie en vraag naar de wijkagent. Deze is niet bereikbaar en ik word doorverbonden naar de wachtcommandant. Nadat ik de situatie heb toegelicht, vraagt hij mij wat er zal gebeuren als zij nu naar het huis van mijn cliënt gaan om daar het wapen te gaan zoeken. Ik geef aan dat ik dit ingewikkeld vind, omdat ik met de cliënt heb afgesproken dat ik het anoniem bespreekbaar maak en hem zal inlichten als er stappen gezet moeten worden. Daarnaast is het 1 op 1 herleidbaar dat deze melding van mij af komt. Op dat moment merk ik dat ik (ondanks mijn onderbuikgevoel dat deze cliënt oké is) niet kan inschatten wat deze actie voor gevolgen voor mij zou kunnen hebben (kan hij mij herleiden, komt hij dan naar mij toe, etc.).

De wachtcommandant geeft aan dat hij dit snapt en samen met mij wil kijken wat er wél kan en wil aansluiten bij hoe ik het tot nu toe heb aangepakt met deze man. Whow, wat geweldig!! Dat is nog eens aansluiten en samenwerken! Het alternatief dat hij geeft is dat de cliënt het wapen ergens gaat neerleggen op een plek waar weinig mensen zijn en uit het zicht. Als hij dit gedaan heeft kan mijn cliënt Meld Misdaad Anoniem bellen en aangeven waar het wapen ligt. Vervolgens zal de politie deze plek gaan checken of het wapen er ligt en mij hiervan op de hoogte stellen. We spreken af dat er tijden met mijn cliënt afgesproken moeten worden, zodat als hij zijn wapen toch niet wegbrengt, ik alsnog een melding (met naam/adres) bij de politie moet gaan doen aan het eind van de dag.

Na deze afstemming met de politie bel ik mijn cliënt op. Ik geef aan dat ik bel naar aanleiding van het gesprek en dat ik daar een man gezien heb die diep zit, maar ook de intentie heeft om met zijn leven aan de slag te gaan. Hij beaamt dat dit zo is. Ik benoem dat we de afspraak hebben gemaakt dat ik hem op de hoogte houd over wat te doen met datgene wat hij mij verteld heeft. De stappen die gezet zijn licht ik toe en ook het voorstel dat er ligt om het wapen anoniem in te leveren bij de politie. ‘Dat is prima’ hoor ik hem zeggen. Ik ben enigszins verbaasd over de snelheid en zekerheid waarmee hij dat zegt.

Wel heeft hij vragen over het hoe dit doen en samen bespreken we hoe hij hier uitvoer aan kan geven. Ook spreken we een tijd af waarop dit alles door hem gerealiseerd moet zijn die avond. Dat ik mijn telefoon aan houd, zodat we ook die avond contact kunnen houden. Hij klinkt opgelucht en ik heb er vertrouwen in dat hij zijn woord nakomt. Al is daar ook een stemmetje met ‘je weet maar nooit’ en ‘eerst zien dan geloven’.

Die avond merk ik enige spanning bij mezelf over hoe het gaat verlopen. Toch heb ik geduld en wacht ik tot hij contact met mij opneemt en niet andersom. Rond de afgesproken tijd is daar het appje dat hij het wapen nu weg gaat brengen. Ik reageer terug met een duimpje. Even later gaat de telefoon, het is mijn cliënt, hij heeft het wapen weggelegd en Meld Misdaad Anoniem gebeld, maar die hebben hem doorverbonden met de plaatselijke politie. Hij is daar zo van geschrokken dat hij de verbinding heeft verbroken en nu niet meer weet of hij dit nog wel wil doen. Het liefst brengt hij het wapen terug naar de daadwerkelijke eigenaar. ‘ik snap helemaal dat je geschrokken bent en hebt opgehangen’ zeg ik. Dit was niet hoe we het hebben doorgesproken, dus onder de spanning waarin hij nu zit, snap ik zijn reactie volledig.

Ik vraag aan hem hoe weet ik zeker dat hij dat wapen naar de eigenaar brengt. En dat ik het toch een prettig idee vindt als dat wapen bij de politie is. Mijn cliënt geeft mij terug wat hij nog meer kan doen om aan te geven dat hij te vertrouwen is, dan wat hij nu doet ‘contact met mij opnemen en onderhouden gedurende deze situatie’? ‘Je hebt helemaal gelijk” geef ik hem terug en ook dat ik het prettig vindt dat we dit ‘samen’ doen. Ik vraag wat hij nodig heeft om toch door te zetten en het wapen weg te leggen. Hij geeft aan nog wat vragen te hebben voor de politie. Ik zeg hem toe dat ik deze met de politie ga bespreken en hem daar over terugbel. Met de antwoorden van de politie neem ik even later weer contact met hem op en (gelukkig!) is hij bereid zijn wapen wederom weg te leggen en te bellen.

Vol spanning wacht ik het volgende contact af. Daar is een appje ‘welk nummer moest ik nu bellen’, ‘dat 0800 nummer’ geef ik aan, ‘maar die zeggen weer dat ik 09008844 moet bellen. Ik word hier heel zenuwachtig van’ geeft mijn cliënt op de app aan. Ook nu snap ik de reactie van mijn cliënt en ben ik ‘bang’ dat hij gaat afhaken. Het is klaar vind ik! Dit duurt te lang!

Ik laat mijn cliënt weten dat hij mij de locatie van het wapen mag appen en dat ik deze aan de politie zal doorgeven. Dit had ik ook al met de politie doorgesproken als uiterste actie. Pling, pling …….daar staat het … dé locatie van het wapen. Ik neem contact op met de politie en geef dit door. Ondertussen is het bijna middernacht en mijn collega’s die nog steeds als back up betrokken zijn,  geven voorzichtig naar mij aan of ik misschien toch niet ‘in het ootje genomen wordt. Maar ik kan én wil dit niet geloven gelet op het contact dat ik met deze man heb.

Uiteindelijk komt er de uitspraak van de politie ‘het wapen is gevonden, het was een terechte melding’. Yes wat een opluchting. Hij is zijn wapen kwijt en kan zijn energie nu steken waarmaken van zijn droom.  Én wat ben ik blij dat mijn beeld klopt van deze man en onze samenwerking kunnen voortzetten. Snel bel ik hem op en ook bij hij klinkt opgelucht. ‘Dank je wel voor de samenwerking’, ‘ontzettend knap dat je hebt volgehouden en in contact bent gebleven’ geef ik hem terug. ‘Dat komt ook omdat jij steeds reageerde’ geeft hij mij terug.

We maken een afspraak voor 3 dagen later om elkaar te zien. Tijdens het gesprek vraagt hij heel voorzichtig aan mij ‘of ik gedacht heb wat is dat nou voor rare, criminele man?’, ik geef hem terug dat ik me geen moment onveilig heb gevoeld en dat ik er steeds vertrouwen in heb gehad dat dit goed zou aflopen. Met een trillende onderlip en een kleine glimlach op zijn gezicht kijkt hij mij aan. Het lijkt of hij geraakt en trots is dat hij dit terugkrijgt en het hem een boost geeft in zijn zelfvertrouwen. We gaan verder met het gesprek over welke stappen hij gaat zetten om zijn droom te verwezenlijken.

Moraal;
Er is lef getoond, door zowel de cliënt om dit te vertellen, door politie om zo aan te sluiten en door mij om naast de cliënt te blijven staan en hem te ondersteunen bij de eerste belangrijke stap om zijn leven weer op te pakken: het wapen wegdoen. Dit is essentieel, omdat het feit dat het wapen weg is ruimte creëert om over andere opties na te denken om zijn leven op te pakken. Door de juiste stappen te nemen, navraag te doen bij collega’s, naast de cliënt te staan, hem de regie en het vertrouwen te geven is de basis gelegd voor een nieuwe toekomst voor deze man.

 

 

Reismaatjes gezocht in Almere!

02, jul, 2018

In de gemeente Almere leren mensen met een beperking via het project MEE op Weg (meer) zelfstandig te reizen. In dit vervoersproject van MEE oefent de deelnemer samen met een Reismaatje de route die hij wil leren afleggen. Bijvoorbeeld naar school of werk. In Almere wordt er op de fiets geoefend met leerlingen van het speciaal onderwijs of van de Taalklas. Lijkt het u leuk Reismaatje te zijn? En zo iemand te helpen steeds zelfstandiger te reizen? Iets wat voor u misschien vanzelfsprekend is? Meld u dan aan als Reismaatje.

Eén van de vrijwilligers van het project MEE op Weg vertelt: “Mensen met een beperking ervaren vaak dat ze iets niet kunnen of afhankelijk zijn van anderen. Ik heb gemerkt dat ze met tijdelijke begeleiding meer kunnen dan ze denken. De deelnemers die ik heb begeleid zijn ontzettend trots als ze na afloop van het project zelfstandiger kunnen reizen. Het zelfvertrouwen dat ze hiervan krijgen stralen ze ook uit in het dagelijks leven. Ik haal daar veel plezier en voldoening uit en hoop dat meer vrijwilligers zich aanmelden voor dit mooie project.”

We zijn momenteel op zoek naar een Reismaatje voor:

  • Leerlingen van het speciaal onderwijs en de Taalklas in de gemeente Almere, die zelfstandig willen leren fietsen van en naar school.

Hoeveel tijd?
Vooraf is niet precies te zeggen hoeveel keer een deelnemer nodig heeft om zelfstandig te leren reizen. Soms is 2x oefenen al genoeg, soms is 15x oefenen nodig. Gemiddeld gaat een Reismaatje 8 à 10 keer met een deelnemer op pad, waarbij minimaal één keer in de week geoefend wordt. Samen met de deelnemer spreekt u af hoe vaak en op welk moment in de week jullie gaan oefenen. Tussendoor en aan het eind van het oefentraject hebben jullie gesprekken met de MEE-consulent om te kijken hoe het gegaan is.

Aanmelden als Reismaatje
Bent u 18 jaar of ouder en wilt u, met ondersteuning van een consulent van MEE, een van deze deelnemers op weg helpen? Neem dan contact op met Evelien Steenhuis via telefoonnummer 06-13121614 of via de mail: e.steenhuis@meeijsseloevers.nl.

Klik hier voor meer informatie over MEE op Weg.

Warme overdracht van gedetineerde naar betaalde baan

11, jun, 2018

DJI en MEE starten plan van aanpak voor gemeenten

Dienst Justitiële Inrichting (DJI) en MEE starten een gezamenlijke aanpak om ervoor te zorgen dat ex-gedetineerden aansluitend aan hun detentie betaald werk vinden en behouden. Monique Schippers, divisiedirecteur Gevangeniswezen en Vreemdelingenbewaring bij DJI, en Yvon van Houdt, directeur MEE NL, tekenden hiervoor op 28 mei een samenwerkingsovereenkomst.

Het vinden van betaald werk is een belangrijke voorwaarde voor ex-gedetineerden om niet terug te vallen in crimineel gedrag. Van Houdt: ”Deze mensen hebben vaak niet alleen een afstand tot de arbeidsmarkt, maar kampen vaak ook met andere problematiek als schulden en het vinden van een woning. Wij begeleiden hen bij alle levensgebieden, zodat ze zich volledig kunnen inzetten voor hun werkgever.’ Schippers: ”Met deze aanpak krijgen werkgevers een inzetbare en gemotiveerde werknemer, de gemeente heeft minder zorg rond uitkering en overlast. En de gedetineerde krijgt een grotere kans op een maatschappelijk aanvaardbaar bestaan. Als dit slaagt, hebben we goud in handen!”

DJI en MEE bundelen hun expertise voor het opzetten van een begeleidingsproject, voor gemeentes, waar deze kwetsbare mensen zich vestigen. De ontwikkeling van deze aanpak gebeurt aan de hand van een pilot tot 1 april 2019 bij vier penitentiaire inrichtingen (PI’s): Veenhuizen, Dordrecht, Arnhem en Sittard/Roermond.

De begeleiding richting werk begint al tijdens detentie; gedetineerden kunnen deelcertificaten behalen en werkervaring opdoen in gecertificeerde leerbedrijven, binnen of buiten de PI. Twee maanden voor de einddatum detentie start de overdracht naar MEE en wordt de gedetineerde aangemeld bij de gemeente waar hij zich gaat vestigen. MEE begeleidt de gedetineerde bij het voldoen aan de voorwaarden, die nodig zijn voor het verkrijgen van betaald werk, zoals het hebben van een praktijkverklaring, het behalen van een certificaat of het doorstromen naar een MBO-opleiding. Deze begeleiding, die minimaal zes maanden duurt, wordt gefinancierd door DJI.

Het doel van de pilot is om met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), gemeenten en werkgevers een financieringskader te ontwikkelen, waarin alle genoemde partijen verantwoordelijkheid gaan nemen voor werk aansluitend op detentie. Na 1 april 2019 zal DJI geen vergoeding meer verstrekken voor deze ondersteuning van MEE, omdat dit een verantwoordelijkheid van gemeenten is.

Over MEE en MEE NL
MEE NL is de coöperatieve vereniging van 20 regionale MEE-organisaties. MEE ondersteunt mensen met een beperking en hun netwerk op alle levensgebieden en in alle levensfasen zodat zij naar vermogen kunnen meedoen in de samenleving. MEE is dagelijks actief voor meer dan 300 gemeenten en werkgevers en is daarmee dé participatiepartner voor inclusief ondernemen en beleidsondersteuning.

Publieksjaarverslag 2017

04, jun, 2018

Lokaal werken aan inclusie in vogelvlucht

Hoe komen we steeds een stapje dichter bij een inclusieve samenleving waarin iedereen mee kan doen? In de verbinding ontstaat de beweging, dat is onze filosofie. Verbinding van kennis en praktijk. Leefgebieden. Formele en informele netwerken. Individu en samenleving. Maar bovenal door verbinding van mensen, professionals en organisaties. Door samenwerkingen aan te gaan met lokale partners. Met professionals uit allerlei werkvelden. Én ervaringsdeskundigen. Daar staan wij voor. In dit alternatieve jaarverslag geven ervaringsdeskundigen van MEE je een uniek kijkje in hun ervaringen. Op elk van de 8 kernthema’s van het VN-verdrag voor de rechten van mensen met een beperking. Want inclusie raakt alle facetten van de samenleving.

UWV omarmt Integrale Arbeidscoach van MEE

14, mei, 2018

Duurzame inzet mensen met arbeidsbeperking vergt integrale aanpak

Na een periode van overleg, ontwikkeling en toetsing heeft UWV de Integrale Arbeidscoach van MEE formeel erkend. Dit betekent dat werkgevers de Integrale Arbeidscoach onder dezelfde financiële voorwaarden kunnen inzetten als reguliere jobcoaches. Hiermee is een nieuwe vorm van ondersteuning beschikbaar om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt duurzaam in dienst te nemen en/of te houden.

Onderzoek heeft uitgewezen dat duurzame inzet van mensen met een arbeidsbeperking een brede blik en een integrale aanpak vereist. Alleen inzoomen op arbeidsomstandigheden – het uitgangspunt van het huidige aanbod jobcoaching – werkt slechts tijdelijk. Het tegelijkertijd signaleren én aanpakken van andere obstakels rondom het arbeidsvraagstuk, verbetert de continuïteit van de inzet van iemand met een afstand tot de arbeidsmarkt aanzienlijk.

Verder kijken dan werk
Een voorbeeld van deze integrale werkwijze is de begeleiding door MEE van een werknemer met een lichte verstandelijke beperking. Bij het breed analyseren van de situatie werd duidelijk dat deze werknemer belemmeringen in de woon- en vervoerssituatie had. Deze belemmeringen hadden invloed op de inzet van de werknemer op de werkvloer. Janneke Burgers van MEE vertelt: “Onderzoek bevestigt dat uitval bij mensen met een beperking op de werkvloer vaak niet werk gerelateerd is, maar veroorzaakt wordt door factoren in de thuis- of bijvoorbeeld financiële situatie.” De aanpak van de Integrale Arbeidscoach van MEE richt zich op het wegnemen van die barrières die de arbeidsinzet negatief beïnvloeden en gebruikt daarbij het brede netwerk en de ervaring van MEE in het effectief ondersteunen van mensen met een beperking. In dit geval werd de woonsituatie opgelost in samenwerking met de woningcoöperatie en koos de werkgever er op basis van de analyse voor de werknemer een rijvaardigheidstraining en een scooter aan te bieden.

Integrale Arbeidscoach vult reguliere jobcoach aan
De arbeidscoach van MEE kan autonoom, maar ook naast een reguliere jobcoach ingezet worden, waarbij de Integrale Arbeidscoach van MEE de inzet-beperkende omstandigheden onder de loep neemt die verder gaan dan alleen het stukje werk. Dit leidt tot een plan van aanpak op maat. De integrale aanpak beperkt zich daarnaast niet alleen tot het begeleiden en coachen van de individuele medewerker met een arbeidsbeperking; de aanpak van MEE richt zich ook op het begeleiden van de werkgever én de directe collega’s.

Gezamenlijke participatie- en inclusieopdracht
“We hebben deze dienstverlening ontwikkeld, omdat we zien dat de inzet van mensen met een beperking en het helpen van werkgevers ten aanzien van het wet- en regeldoolhof, een integrale aanpak vraagt”, aldus Janneke Burgers. “Met de erkenning van UWV zijn we klaar om werkgevers en gemeenten te begeleiden, te ontzorgen en te ondersteunen bij de invulling van de gezamenlijke participatie- en inclusieopdracht.” Ze vult aan: “De arbeidsmarkt wordt steeds krapper, alle arbeidspotentieel moet worden ingezet, de werkgevers zijn daarbij op zoek naar hulp en MEE kan deze dienstverlening aan hen leveren”.

Minister zet in op betere benutting cliëntondersteuning

01, mei, 2018

Vooral mensen die het ‘t hardst nodig hebben, weten niet de weg naar cliëntondersteuning

MEE NL is verheugd dat het Kabinet de extra middelen, die het beschikbaar heeft voor versterking van cliëntondersteuning, in gaat zetten om ervoor te zorgen dat meer kwetsbare mensen de weg naar onafhankelijk cliëntondersteuning weten te vinden. Dit kondigde minister Bruins (Medische Zorg en Sport) op 25 april aan in een debat met de Tweede Kamer.

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat nog niet iedereen, die recht heeft op gratis onafhankelijke cliëntondersteuning, deze ook krijgt. Kwetsbare mensen met een complexe zorgvraag, vallen daardoor tussen wal en schip. Dit vraagstuk kwam woensdag aan de orde in het Tweede Kamer-debat over ‘Brede voortgang onafhankelijke cliëntondersteuning Wmo-Wlz’.

In dit debat beloofde de minister om het extra geld dat in het regeerakkoord gereserveerd is voor de versterking van de cliëntondersteuning, te gebruiken om te bevorderen dat met name de kwetsbare groepen de ondersteuning krijgen die zij nodig hebben. Het gaat hier om €55 miljoen euro in deze kabinetsperiode en €10 miljoen per jaar daarna.

Plannen van de minister
De minister heeft toegezegd een breed onderzoek uit te zetten naar de inzet van onafhankelijke cliëntondersteuning. Daarnaast zal hij op basis van een inventarisatie naar behoefte binnen pilots, extra inzetten op cliëntondersteuning aan specifieke groepen en thema’s. Ook komt er een publiekscampagne om de bekendheid van het recht op cliëntondersteuning te vergroten. Voorts riep Bruins partijen, zoals gemeenten, op om de inzet van ervaringsdeskundigen te betalen.

Kamer overtuigd van het belang van cliëntondersteuning
MEE NL-directeur Yvon van Houdt, aanwezig bij het debat, is erg blij met de toezeggingen van de minister: “De plannen van de minister sluiten aan bij de oplossingen die MEE voor ogen heeft voor betere benutting van de cliëntondersteuning. Wat mij vooral verheugde is de breed gedragen overtuiging in de Tweede Kamer van het grote maatschappelijk belang van cliëntondersteuning.”

MEE NL-directeur Yvon van Houdt is geïnterviewd over de visie van MEE op onafhankelijke cliëntondersteuning. Een fragmentje van dat interview is zondagavond uitgezonden in het programma Reporter Radio op NPO1.  Beluisteren via http://www.nporadio1.nl/reporter-radio/onderwerpen/453598-misstanden-n-de-maatschappelijke-ondersteuning?share=31443&t=0

Visie op cliëntondersteuning
In de aanloop naar het debat heeft MEE NL twee position papers opgesteld; één waarin de visie van MEE op cliëntondersteuning wordt uitgelegd, en één met aanbevelingen voor de besteding van de extra middelen voor cliëntondersteuning. In het kort stelt MEE NL in de position papers dat het – drie jaar na de decentralisatie van de Wmo, Participatiewet en Jeugdwet – voor bepaalde groepen desondanks lastig blijkt te zijn hun weg te vinden naar passende zorg en ondersteuning. Zij vallen tussen wal en schip. Elke burger heeft recht op cliëntondersteuning, maar met name kwetsbare burgers, veelal met een beperking, zullen een cliëntondersteuner nodig hebben. Ze onderscheidt daarbij vier groepen in het bijzonder:

  1. Kinderen met een beperking en passend onderwijs
  2. Gezinnen met complexe problematiek
  3. Kwetsbare jongeren (LVB* en/of ASS* en/of NAH* en/of GGZ) en weg naar volwassenheid
  4. Knelpunten voor mensen met een complexe zorgvraag die niet duidelijk binnen één stelsel vallen

MEE NL adviseert het kabinet om de extra middelen dan ook vooral in te zetten om te bevorderen dat juist die kwetsbare groepen de ondersteuning krijgen die zij nodig hebben om naar vermogen mee te kunnen doen. Ook vraagt ze aandacht voor outreachende vormen van cliëntondersteuning (bijv. voor zorgmijders), cliëntondersteuning bij de overgang van Wmo naar Wlz en voldoende cliëntondersteuning in de Wlz. Daarnaast adviseert MEE NL in te zetten op een landelijke publiekscampagne voor cliëntondersteuning en borging van kwaliteit, kennis en ervaring.

Download hier de position paper cliëntondersteuning.
Download hier de position paper extra middelen cliëntondersteuning in regeerakkoord.

Ervaringsdeskundigen gevraagd in Elburg

19, apr, 2018

Toets de toegankelijkheid in de gemeente

MEE Veluwe heeft een georganiseerde poule van ervaringsdeskundigen die ingezet wordt in verschillende onderdelen van de dienstverlening. Bij cursussen, trainingen en individuele cliëntondersteuning, maar ook bij het toetsen van toegankelijkheid. Ervaringsdeskundigen zijn mensen die zelf ervaring hebben met het leven met een beperking. Hun inzet blijkt zo succesvol dat MEE in Elburg de groep ervaringsdeskundigen graag wil uitbreiden. MEE roept belangstellenden dan ook op om zich aan te melden.

MEE biedt cliëntondersteuning aan mensen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking. Of een beperking als gevolg van een chronische ziekte, niet-aangeboren hersenletsel of autisme. Door de inzet van ervaringsdeskundigen vindt er een verschuiving plaats in de aanpak bij MEE. De ervaringsdeskundige wordt al in een vroeg stadium betrokken bij (beleids)plannen en ingezet bij gesprekken met gemeenten en cliënten, trainingen en voorlichtingen.

Aanvulling op de dienstverlening
Janine van Loenen, consulent MEE Veluwe, is enthousiast over de inzet van ervaringsdeskundigen: “Ervaringsdeskundigen zijn door hun ervaring en kennis een aanvulling op de dienstverlening die professionals van MEE bieden. Zij kunnen bijvoorbeeld toetsen hoe begrijpelijk een website van een dienstverlenende instantie is. Of als mystery guest verschillende locaties bezoeken om te beoordelen hoe toegankelijk ze zijn. Ook worden de ervaringsdeskundigen betrokken bij het presenteren van de uitkomsten van de toegankelijkheidstoetsen aan de gemeente. Omdat ervaringsdeskundigen ooit tegen dezelfde problemen aanliepen, worden hun tips en adviezen gemakkelijker geaccepteerd. Tegelijkertijd krijgen zij hierdoor meer zelfvertrouwen, ontwikkelen ze hun vaardigheden en wordt het sociale netwerk vergroot”.

Aanmelden als ervaringsdeskundige in Elburg
De groep ervaringsdeskundigen bestaat uit mensen met – en mantelzorgers van -mensen met autisme, niet aangeboren hersenletsel, een licht verstandelijke beperking, een visuele beperking en lichamelijke beperking. Zij zijn woonachtig in Elburg. Deelnemers krijgen ondersteuning van een coördinator van MEE.

Belangstellenden kunnen bellen met Janine van Loenen, consulent MEE, via telefoonnummer 06 22 96 17 16 of mailen naar janine.vanloenen@meeveluwe.nl.

Inkomenstoeslag leidt tot schulden en werkloosheid

21, mrt, 2018

16 maart 2018 – auteur: Yvon van Houdt

Het kabinet wil het huidige systeem van loonkostensubsidie voor werkgevers inruilen voor een systeem waarbij iemand die niet genoeg verdient zelf aanvullende bijstand moet aanvragen. Voor de bijna 200.000 werknemers die niet in staat zijn om zelfstandig het wettelijk minimumloon te verdienen, betekent dit dat zij bij de gemeente zelf een aanvulling op hun inkomen moeten aanvragen. Een slecht idee, vinden betrokkenen en deskundigen.

Deze groep werknemers krijgt dan te maken met een extra geldstroom naast de geldstromen die zij nu al moeten zien te beheersen zoals toeslagen, minimaregeling, bijzondere bijstand et cetera. De NVVK, BPBI, Federatie Opvang, Sociaal Werk Nederland, MEE NL en het lectoraat Schulden en Incasso van de Hogeschool Utrecht maken zich hier grote zorgen over en vragen hierbij gezamenlijk aandacht voor deze ontwikkeling. 

Zij vrezen dat de invoering van de loondispensatie gaat leiden tot veel verrekeningen en daardoor voor deze groep (extra) financiële problemen oplevert. Dat is hoogst ongewenst omdat onderzoek aantoont dat (problematische) schulden negatief uitwerken op het doel dat met de loondispensatie wordt beoogd, te weten duurzame arbeidsmarktparticipatie.  

Bureaucratische last wordt verschoven van werkgever naar werknemer 
In het regeerakkoord is opgenomen dat het bestaande systeem van loonkostensubsidie wordt ingeruild voor een systeem van loondispensatie. Bij loonkostensubsidie moet de werkgever subsidie aanvragen als iemand niet in staat is om zelfstandig het wettelijk minimumloon te verdienen. In het nieuwe systeem wordt de bureaucratische last om tot een volledig inkomen te komen, verschoven naar de werknemer. Deze moet bij minder arbeidsvermogen zelf de gemeente opzoeken, een verzoek indienen voor aanvullende bijstand en bij wijzigingen in de inkomenssituatie die direct doorgeven.

Grotere kans op financiële problemen met toeslagen
Wie het systeem van loondispensatie doordenkt realiseert zich dat het op twee manieren de kans op financiële problemen vergroot. Om te beginnen krijgen mensen die er voor in aanmerking komen te maken met een extra geldstroom. De ervaring met vergelijkbare systemen zoals de toeslagen laten zien dat juist bij de lage inkomens een grote groep mensen niet in staat is om de juiste stukken aan te leveren en wijzigingen adequaat door te geven. In dat licht pleitten onder meer de WRR, Raad voor Volksgezondheid en Samenleving en de Nationale Ombudsman in het afgelopen jaar voor vereenvoudiging van dergelijke bureaucratische systemen. 

Mensen met een partner gaan er flink op achteruit
Naast bureaucratische onmacht rondom de extra geldstroom is er nog een tweede reden waarom het systeem van loondispensatie bij zal dragen aan het ontstaan van (problematische) schulden. Als gemeenten het inkomen gaan aanvullen volgens de bijstandsregelingen gaat een substantiële groep, namelijk mensen met een partner, er financieel flink op achteruit. Onderzoek laat zien dat de kans op (problematische) schulden toeneemt naarmate het inkomen van een huishouden lager is. Wie minder financiële armslag heeft, is minder flexibel bij een financiële tegenvaller. Dit tegenover de steeds hoger wordende zorgkosten, huurkosten en energiekosten.

Vaker schulden, dus minder arbeidsdeelname
Als de invoering van loondispensatie er aan bijdraagt dat mensen die hiervoor in aanmerking komen vaker (problematische) schulden krijgen, dan zal dat negatief doorwerken op arbeidsmarktparticipatie. Onderzoek laat zien dat financiële problemen op twee manieren doorwerken: zowel via de bereidheid van de werkgever om mensen met (problematische) schulden in dienst te houden als via het afwegingskader van de werknemer. Voor ongeveer een derde van de werkgevers zijn financiële problemen een opzichzelfstaande reden om een tijdelijk contract niet te verlengen. In specifieke gevallen zijn schulden – ook bij een vast dienstverband – zelfs een reden voor ontslag. 

Mensen met schulden hebben ook eigen redenen om afscheid te nemen van het arbeidsproces of als zij gebruik maken van een uitkering niet te snel uit te stromen. De belangrijkste redenen zijn dat het als er loonbeslag ligt vaak niet loont om te gaan werken en dat een onzekere arbeidsmarktpositie een belemmering kan zijn om een schuldregeling te treffen.

Wij pleiten er dan ook voor om het huidige systeem van loonkostensubsidie te handhaven.

Deze petitie is ondertekend door:

  • Marco Florijn, Voorzitter NVVK 
  • Marijke Vos, Voorzitter Sociaal Werk Nederland
  • Yvon van Houdt, Directeur MEE NL
  • Julia den Hartogh, Voorzitter BPBI
  • Jan Laurier, voorzitter Federatie Opvang
  • Nadja Jungmann, Lector Schulden & Incasso Hogeschool Utrecht

Dit pleidooi is op 17 maart gepubliceerd op Sociale Vraagstukken en verscheen op 16 maart 2018 als ingezonden brief in de Trouw:

CIZ vergoedt IQ-testen

15, mrt, 2018

Per 1 januari 2018 bekostigt het CIZ (Centrum Indicatiestelling Zorg) de IQ-test voor mensen, die deze nodig hebben voor een indicatie voor de Wet langdurige zorg (Wlz), maar deze nergens anders vergoed krijgen. Het centrum doet dit op verzoek van Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en in samenwerking met MEE NL. Het gaat hierbij om een proefperiode van een jaar.

Het CIZ bepaalt of mensen een IQ-test nodig hebben om te kunnen beoordelen of iemand een Wlz-indicatie krijgt. Lokale MEE-organisaties voeren de IQ-test dan uit tijdens het indicatieproces. Het is daardoor niet mogelijk om de door het CIZ betaalde IQ-test rechtstreeks bij MEE aan te vragen.