Categorie archieven

Mijn stamkroeg het Tonnetje; toegankelijk voor iedereen (Blog)

06, feb, 2018

Door Ria Brands

Elke woensdagavond hou ik vrij voor mijn schilderavond bij het Vrij Atelier. Schilderen is mijn passie en op die avond kan ik daar heerlijk aan toegeven. Zonder deze avond zou ik er door mijn fulltime baan niet zo aan toe komen.

Na het schilderen drinken we meestal een wijntje in onze stamkroeg. Daar kom je dan vaak dezelfde mensen tegen. Er wordt regelmatig door een vaste groep gebiljart en voetballiefhebbers kijken er op woensdagavond weleens een wedstrijd. Het is er dan een beetje drukker dan normaal. Tegen de tijd dat wij er komen, wordt er flink over de wedstrijd nagepraat als die al is afgelopen. Het is echt zo’n stamkroeg: klinkertjes op de grond waarbij deze erg oneffen wordt. Je ruikt nog af en toe dat er flink gerookt is in het verleden. Bij erge kou gaat er rond de deur een groot fluwelen gordijn dicht. En het is er altijd een beetje schemerig.

In de kroeg loopt ook poes Tonnie rond. Hij is de koning van de kroeg. Hij mag bijna overal komen en springt op de bar, op de tafels of bij de mensen op schoot. Hij krijgt van iedereen genoeg aandacht en als hij naar binnen of buiten wil is er altijd iemand die even de deur voor hem open doet. Een tijd terug was er op het nieuws dat er een nieuw concept was, het kattencafé, ergens in Brabant. Het concept was ook al in Amsterdam en Utrecht. Het concept was overgewaaid uit Japan, Engeland en de verenigde staten, waar het erg populair is. Nu, wij hebben dat concept al jaren in ons dorp.

Wie er ook altijd is, is Francien. Francien is lichamelijk gehandicapt. Zij rijdt in haar elektrische rolstoel overal naar toe, dus ook naar de kroeg. Hoewel de bar niet op haar hoogte is, staat ze met haar rolstoel wel vaak tussen de andere mensen die op de barkrukken zitten. Er is ook hier altijd wel iemand die haar drankje van de barman aan haar doorgeeft. Ze zit daarnaast vaak de biljarters aan te moedigen bij een thuiswedstrijd. Zij spelen op de woensdagavond hun competitie tegen de andere kroegteams. Tonnie, de poes, laat zich graag aaien door Francien en strijkt dan op haar schoot neer.

Op zo’n woensdagavond komen vaak dezelfde mensen. Alleen in de vakanties kan het zijn dat er opeens een invasie is van jeugd die dan door de weeks ook naar de kroeg gaat. En heel soms is er een verdwaalde vakantieganger die het Tonnetje weet te vinden. Als wij binnen komen staat onze vaste tafel al klaar en worden onze drankjes naar ons toe gebracht. Als er wat minder stamgasten zijn dan maken we een praatje met Francien. Ze komt dan even aan onze tafel rijden. En als Francien naar huis gaat is er altijd een bereidwillige stamgast die even de deur voor haar open doet. Er is geen aangepaste wc in de kroeg. Zelfs voor een doorsnee bezoeker is het een avontuur om de wat gedateerde toilet te bezoeken. Maar, Francien heeft geen toilet nodig. Dan rijdt ze wel naar huis, een paar huizen verder in de straat. En zo is Francien helemaal geïntegreerd en vaste stamgast van het Tonnetje.

 

 

 

 

Kleine moeite, groot geluk (Blog)

29, jan, 2018

Door Janine van Loenen

Maatjesproject is een project waarbij we mensen met een beperking stimuleren om zelf een maatje te zijn voor een ander. Dat kan iemand met een beperking zijn, maar dat hoeft niet. Er zijn voor elkaar, de ander ontmoeten, daar gaat het om bij maatjesprojecten. Lees het verhaal van Ingrid, Susan, Karlijn en Bente. 

Alleenstaande moeder Ingrid (28) zingt samen met haar dochter Karlijn (9) in een tv-programma. Wanneer Bente (9) samen met haar moeder Susan (35) deze uitzending bekijkt is er meteen herkenning. “Mama, dat zijn wij! Ik ben even oud als Karlijn en haar moeder zit ook in een rolstoel, net als jij!”. Vanaf dat moment laat dit stel Bente niet meer los. Filmpjes van het optreden worden keer op keer opgezocht en afgespeeld en ze moest en zou dit meisje leren kennen. Na wat zoeken bleken ze ook nog redelijk bij elkaar in de buurt te wonen.

Bente blijft over Ingrid en Karlijn praten. Vooral de herkenbaarheid spreek Bente aan. “Ik ben de enige die een moeder heeft in een rolstoel. Nu is er een ander meisje dat ook zo’n bijzondere moeder heeft!” Karlijn zelf heeft dat ook altijd aangegeven; “Waarom zijn er geen andere moeders in een rolstoel op het schoolplein?”. Beide meiden hebben een ander rolmodel dan bijvoorbeeld vriendinnetjes in de klas.

Als een groupie naar een pretpark
Tijdens een warme zomerdag in 2017 hebben Susan en Bente een moeder-dochteruitje in de stad. De vader van Bente is met haar broertje in een pretpark in de buurt. Halverwege de middag krijgt Susan een appje: “Karlijn is hier met haar moeder en broertje!”. Bente is niet meer te houden en moet en zal naar het pretpark gaan! Daar aangekomen is het toch wel wat moeilijk om Ingrid en Karlijn direct aan te speken. Susan en Bente besluiten om ergens strategisch te gaan staan waardoor ze bijna niet om elkaar heen kunnen. Vooral als twee moeders elkaar moeten passeren in een rolstoel. Grappig genoeg is Ingrid degene die als eerste wat zegt. Ook haar valt het meteen op dat beide gezinssituaties op elkaar lijken. Er wordt een gesprekje aangeknoopt en Karlijn en Bente zijn binnen no time samen door naar de volgende attractie! Ingrid voelt zich nog wat bezwaard: “Vinden jullie het niet erg dat ik zomaar bij jullie gezinsuitje kom inbreken?”. Susan vertelt daarop lachend dat ze zich eigenlijk als een soort van groupie gedragen hebben. Die dag blijkt er meteen een klik te zijn! Tussen de twee jonge dames, tussen de moeders en tussen de jongere broertjes Jesse (4) en Sven (5).

Best Friends Forever (BFF)
Na deze middag in het pretpark worden de bezoekjes uitgebreid. Karlijn en Bente gaan samen naar de musicalschool op maandagmiddag. De hele familie van Susan gaat dan naar Ingrid. De jongens spelen met elkaar als de meiden naar les zijn en na afloop eten ze met elkaar. Ook worden er regelmatig spontane uitjes en ontmoetingen georganiseerd. De vriendschap die er is ontstaan is belangrijk voor Karlijn. Ingrid vertelt dat Karlijn veel vriendinnen heeft. Maar als het tot een uiteindelijk keuze moet komen staat Bente bovenaan. Bente heeft ooit een netwerkcirkel getekend: wie staan er allemaal om je heen in je leven. Karlijn stond is de binnenste cirkel. Bente geeft zelf aan dat Karlijn haar BFF is. Ze vindt Karlijn grappig en ze kletsen veel.

Er voor elkaar zijn
Ook Susan en Ingrid hebben veel gemeen. Waar loop je tegenaan binnen de zorg bijvoorbeeld? Maar ze delen ook veel dingen met elkaar die niet met de rolstoel te maken hebben. Ze zijn een luisterend oor voor elkaar. Bij de geboorte van de jongste zoon van Susan is Ingrid op bezoek geweest is het ziekenhuis. En andersom is Susan er tijdens bezoekuren wanneer Ingrid in het ziekenhuis ligt. Allemaal op basis van gelijkwaardigheid, herkenning en er gewoon zijn voor elkaar.

Eetcafé voor de eenzamen (Blog)

22, jan, 2018

Door Ria Brands

Met mijn moeder (91) en mijn gehandicapte zus (51) ga ik nu al ruim een jaar elke tweede maandag van de maand naar het eetcafé in ons dorp. Er wordt heerlijk gekookt door een heuse kok die dat samen met zijn vrouw vrijwillig doet. Altijd een zelf getrokken soepje vooraf, dan een uitgebreide maaltijd, een dessert (niet zijn grootste passie) en ter afsluiting een kopje koffie of thee met een koekje. Vor een bedrag van 7 euro. Het eetcafé wordt in samenwerking met vier organisaties georganiseerd. Een welzijnsorganisatie, een zorgorganisatie voor ouderen en twee zorgorganisaties voor verstandelijk beperkten.

Er komen elke maandag ongeveer 50 mensen naar het eetcafé. In het begin bleken veel groepjes naar het eetcafé te komen. De organisatie vond dat lastig en bedacht de regel dat als je binnen komt je een gekleurd kaartje krijgt en dan naar de tafel moet waar die kleur ook ligt. Bij de introductie van dit systeem was er veel weerstand. Zo ook bij mijn moeder die weinig uit eten gaat en graag zelf wil kiezen waar ze zit. Zo komt er ook een vriendin van haar die ze niet meer zo vaak ziet omdat ze beiden slecht ter been zijn. Ze is dan blij om deze vriendin op het eetcafé weer tegen te komen en bij haar te kunnen zitten. Na wat aandringen heb ik voor elkaar dat ik in ieder geval bij mijn moeder en zus kan zitten op zo’n avond. Verder verbaas ik me er dan over dat zoveel bezoekers het maar over zich heen laten komen en er niets van durven te zeggen.

Het was september en zoals elke keer werd de avond door een van de organiserende partijen geopend. Met grote verbazing hoorde ik aan wat er gezegd werd. Dat het goed was dat door de regel van gekleurde briefjes nu niet meer die groepjes (ouderen) kwamen die bij elkaar wilden zitten. Dat dit een eetcafé voor de eenzamen was (?) met de bedoeling om elkaar beter te leren kennen. En daarom was het onderwerp waar we over moesten praten vanavond: de vakantie. Waar ben je deze vakantie naar toe geweest? Ik kijk mijn tafel rond en vroeg wie er op vakantie was geweest. Het zijn ouderen van over de 80 jaar en enkele verstandelijk gehandicapten. Nee, niemand was weggeweest. Dit onderwerp had totaal geen aansluiting bij de doelgroep van het eetcafé.

Na deze keer werd er gelukkig geen onderwerp meer voor het gesprek aan tafel gegeven. De koks doen hun werk uitstekend. Er zijn enkele vrijwilligers die al de hele middag bezig zijn om alles voor de koks te snijden en te zorgen dat de tafels gedekt zijn. Langzamerhand is er een vast groepje vrijwilligers. Elke keer is het weer een puzzel voor ze hoeveel schaaltjes waar neergezet moeten worden. Maar er begint iets van routine plaats te vinden. Tot vorige maand. Er was een heus muziekgezelschapje uitgenodigd en terwijl we binnen kwamen werd ons verteld dat de avond tot half 10 duurde i.p.v. 8 uur. Klein probleempje was dat ze dat vergeten waren om van te voren aan de deelnemers te melden. Zo moesten (wilden) toch verschillende mensen eerder weg. En, niet onbelangrijk, is dit wat we willen? Het is een eetcafé, geen feestavond. En andere activiteiten vragen wellicht om een andere doelgroep of tenminste de vraag of we hier op zitten te wachten.

Ik zie de goede bedoeling wel. Alleen, ook hier zie ik dat effectief communiceren nog wel een dingetje is voor de meeste mensen. Echt aansluiten bij de doelgroep.

 

 

In de loge van het Theaterhotel Almelo (Blog)

17, jan, 2018

Door Ria Brands

Een paar maanden geleden was de Van Koetsveldlezing 2017. Samen met twee ervaringsdeskundigen, Geert (in rolstoel) en Letty, verzorgde ik een werkplaats over waardigheid. Enkele jaren geleden was de lezing ook in Almelo en ik had wist uit ervaring dat we niet overal met een rolstoel in het theater konden komen. Zo kon je met een rolstoel niet voor in de zaal komen. Dat was toen wel heel vervelend. De 300 deelnemers zaten allemaal in de zaal, waar plaats is voor 800 mensen, maar de rolstoeler moest op het balkon plaatsnemen. We zaten toen met enkele mensen best geïsoleerd van de rest. Ook werd de werkplaats in een ruimte gehouden waar we niet met een rolstoel konden komen en moest op het laatste moment nog van ruimte gewisseld worden. Lastig was dat.

Dus deze keer had ik van te voren aangegeven dat één van de ervaringsdeskundigen in een rolstoel zat en ik had gevraagd of ze inmiddels de toegankelijkheid van het theater beter hadden geregeld. Ze stelden mij gerust dat de werkplaatsruimte te bereiken was met een rolstoel en ook voor de zaal hadden ze prachtige plekken voor rolstoelers. We hadden er zin in. Geert, Letty en ik hadden ons goed voorbereid en waren lekker op tijd in onze werkplaatszaal om alles nog even goed door te nemen. Daarna genoten we van een heerlijke lunch in de foyer van het theater terwijl de deelnemers binnenstroomden.

Er waren meer rolstoelers dan de vorige keer. Bij andere organisaties wordt ook steeds meer met ervaringsdeskundigen gewerkt. Na de lunch begon eerst de centrale lezing in de grote zaal. De stroom mensen ging naar de ingang en de vier rolstoelers moesten via de speciale lift naar boven. Die ging niet erg snel en er kon maar één rolstoel per keer in. Om te kijken waar we moesten zijn ging ik alvast via de trap naar boven. Op de eerste etage was niemand te zien. Op de tweede etage zag ik ook niemand en ik liep naar de lift. Die ging open en er stond een rolstoeler in. De begeleider was ergens uitgestapt om de weg te vragen en had hem in de lift laten staan. Intussen stonden er nog drie rolstoelers in de wachtrij beneden. Eindelijk sprak ik beneden iemand die zei dat we op de eerste etage moesten zijn. Bij de lift zag ik dat Letty en Geert daar inmiddels niet meer stonden en al weg waren. Dus ik ging ik naar de eerste etage op zoek naar hen. Redelijk geagiteerd kwam ik het eerste hokje binnen waar de rolstoelers mochten zitten. Ik had het zweet op de rug van mijn avontuur om op de goede plek te komen. Er stonden twee rolstoelers, maar geen Geert. Dus op naar het volgende hokje. Ja, daar waren ze. De voorzitter had op het podium de bijeenkomst al geopend, terwijl wij nog aan het installeren waren met rolstoelen en begeleiding. Voor ons waren de eerste 20 rijen leeg. Alle bezoekers zaten voorin. Ik vond het een groot gat tot de rest van het gezelschap.

“Stoppen ze ons in een hokje”, mopperde ik tegen Geert en Letty. “Ver van al de andere deelnemers”. Letty kijkt me verbaasd aan. “We zitten in de loge van het theater. Kijk eens wat een mooie plek we hebben”, zei ze. “We zijn hier netjes naar toe begeleid”, voegde ze er aan toe. En Geert beaamde dat. Even zo’n momentje dat ik bewondering heb hoe Geert en Letty in het leven staan. Dankbaar voor de dingen die op hun pad komen en de hulp die er voor hun is. En een hokje tot een loge kunnen omtoveren!

Bezoekje UWV: zou het ook anders kunnen?

16, jan, 2018

Door Ria Brands

Mijn man en ik hebben best een zwaar jaar achter de rug. In 2006 kreeg Arnold een aneurysma. En het is echt een wonder dat hij dat heeft overleefd. Sindsdien kampt hij met hartproblemen en is het vanzelfsprekende in het leven voorgoed weg. Ik realiseer me vaak dat we op dun ijs leven. De laatste jaren ging dat wat beter, tot afgelopen jaar. Hij had hartkloppingen, pijn in de linkerkant van zijn borst en hij voelde zich beroerd.

Dus weer naar de cardioloog en daar bleek zijn aorta 7,4 cm breed. De hartkloppingen werden daarbij op de achtergrond gezet want de artsen waren vooral gealarmeerd door de kritieke grootte van zijn vat. Een operatie bij de vaatspecialisten in UMC Maastricht is zijn enige optie.

Ondertussen zat Arnold in de ziektewet en werd zijn arbeidscontract niet verlengd. Nu zit hij in de ziektewet bij de UWV en vorige maand moest hij langs komen. Dat is een behoorlijke inspanning voor hem omdat hij nog niet veel uithoudingsvermogen heeft. Tijdens het gesprek werd afgesproken om te wachten op de uitslag van de controles in december in Maastricht. Vorig week kreeg hij echter weer een oproep, nu van een UWV arts. Hij ging er met veel tegenzin heen. Had een strenge arts voor ogen waar hij nu geen zin in had. En hij had vorige maand toch al zijn verhaal gedaan? Maar ja, als ze zeggen dat je weer moet komen dan ga je. Hij moest zijn paspoort meenemen en hij mocht iemand meenemen. Die diende dan ook zijn paspoort mee te nemen.

Wij naar Apeldoorn. Er was een parkeergelegenheid naast het gebouw. Toen ik aanbelde werd mij verteld dat het niet de bedoeling was dat cliënten daar parkeren. Die moeten een paar honderd meter verderop betaald parkeren. Werknemers mogen daar wel parkeren. Bijzonder; er komen toch vaker mensen die niet goed ter been zijn? Afijn. Arnold kon het stukje net aan lopen en we konden in de hal even uitblazen. Meteen werden onze paspoorten gecontroleerd. Wat voelt dat raar. Waar is dat voor nodig? Pluspuntje was dat er gratis koffie in de hal was. Verschillende mensen zaten met hun dikke dossiers in afwachting van hun afspraak.

Toen Arnold werd opgeroepen mochten wij mee naar boven met een allervriendelijkste arts. We moesten de trap op en ze informeerde daar wel bij of Arnold dat aan kon. Tja, en toen het gesprek. Arnold deed voor de zoveelste keer zijn verhaal. Ze zag wel dat het nog niet 100% oké was en zou bij de verschillende artsen zijn gegevens gaan opvragen. Dan zou daarna een advies komen hoe nu verder. Niet veel anders dan het gesprek vorige maand. Nu ook weer werd genoteerd dat er in december een vervolgafspraak is met de specialist in Maastricht. Het was een inspannende fysieke en emotionele expeditie voor hem.

In het vervolggesprek bij de specialist van Maastricht werd duidelijk dat Arnold nog een operatie te gaan heeft. De week daarop moest Arnold voor de derde keer in korte tijd naar het UWV voor controle. De laatste van het jaar. Ik hoop dat in 2018 voor Arnold alles beter gaat verlopen en dat zijn bezoekjes aan het UWV minder stress opleveren omdat hij er dan lichamelijk beter aan toe is.

Het belang van een maatje hebben en een maatje zijn (Blog)

08, jan, 2018

Door Leonie Muiderman, ervaringsdeskundige Ervaar MEE

Een tijdje terug vroeg Daphne me of ik bij haar diploma-uitreiking wilde zijn. Op het moment dat ik in haar leven kwam, was ze net begonnen aan haar vierde leerjaar op de havo. Ze had het niet naar haar zin op school, vond het lastig om contacten te leggen en hikte nog behoorlijk aan tegen de twee jaren dat ze nog voor zich had liggen wat het afronden van haar havo betreft. En nu was het dan eindelijk zover: Daphne kon haar havodiploma in ontvangst gaan nemen. Natuurlijk wilde ik hier dolgraag bij zijn.

Via het programma Mentor Support aan de VU te Amsterdam, ben ik in 2015 met Daphne in contact gekomen. Ze was op dat moment een meisje van 15 jaar en vond het ingewikkeld om contacten op te bouwen met leeftijdsgenoten in haar woonplaats aangezien ze iedere dag ca. 90 km moest afleggen met de taxi om naar school te gaan. Dat komt omdat ze op een speciale school in Zeist zat voor visueel gehandicapten (ze is vanaf haar geboorte blind). Hierdoor was ze lange dagen van huis en had ze weinig energie over om na school contacten te onderhouden in de buurt of te sporten. Door middel van Mentor Support hebben we wekelijks contact met elkaar gehad en kon ze haar verhaal aan me kwijt. Daarbij hebben we ook iedere maand een activiteit ondernomen om te werken aan haar zelfstandigheid. Zo hebben we samen contact gelegd met het buurtcentrum in haar woonplaats en met een ander Mentor Support koppel. Ook hebben we een aantal keer met het openbaar vervoer gereisd. Want daar sta je niet bij stil als goedziende, maar dit vereist een goede voorbereiding, een portie durf en doorzettingsvermogen. Uiteindelijk hebben Daphne en ik een goede band met elkaar opgebouwd.

Ook ben ik via het maatjesproject van stichting de Kap in Apeldoorn aan een man gekoppeld met PDD NOS. Ik heb deze man gedurende een periode ondersteund bij het in kaart brengen van zijn sociale netwerk. Hij heeft mijn luisterend oor als fijne steun ervaren. Het geeft me voldoening om een helpende hand of luisterend oor te bieden aan mensen die het goed kunnen gebruiken om uit een sociaal isolement te komen. Ik weet hoe fijn het is om hier een helpende hand in te krijgen. In 2001 ben ik – als 17-jarige – in een achtbaan van emoties, verandering en verlies van lichaamsfuncties verzeilt geraakt. Dit doordat ik nog geen maand na mijn 17e verjaardag te horen kreeg dat ik een tumor in mijn hersenen had waar ik direct aan geopereerd moest worden. Mijn leven en dat van mijn familie, stond op z’n kop. En daarna is mijn leven nooit meer geworden wat het ooit is geweest. Ik moest om leren gaan met verschillende beperkingen. Dit maakte dat ik me enorm eenzaam ging voelen, omdat het leven van mijn leeftijdsgenoten en van mij steeds verder van elkaar af kwamen te staan. Op dat moment heb ik – toen nog met de hulp van mijn ouders – contact gezocht met een maatjesproject in Apeldoorn. Ik heb toen een jaar lang contact gehad met een meisje dat een jaar ouder is dan ik ben. We hebben regelmatig activiteiten ondernomen om een start te maken aan het opbouwen van mijn zelfvertrouwen. Ook ik kijk terug op een fijne tijd met haar.  Zij heeft me enorm geholpen met het er alleen al voor me zijn. Ik weet hoe belangrijk dit is en daarom heb ik ook met veel plezier de bovenstaande mensen geholpen in een lastige periode in hun leven.

Gesprekken aan de koffietafel bij Jumbo (Blog)

08, jan, 2018

Door Ria Brands

Vorige week deed ik mijn eerste boodschappen van het nieuwe jaar. Bij de Jumbo was het rustig en ik streek even neer aan de koffietafel voor een kleine pauze. Aan de tafel kom ik regelmatig mensen tegen met wie ik een praatje maak. Zo trof ik een keer een man die vliegtuigspotter is en me alles kon vertellen over de vliegtuigen die over de Veluwe vliegen. “Nou ja”, zei hij, “over die vliegtuigen is niet veel te vertellen. Allemaal dezelfde reguliere lijnvluchten.” Nee, dan Schiphol, daar viel heel wat meer te spotten. Met een beetje mazzel mocht hij één keer per week van zijn vrouw naar Schiphol. Hij kon niet wachten op het moment dat Lelystad vol in bedrijf zou gaan. Ai, en laat ik nu net tegen die uitbreiding daar zijn.

Soms heb ik bij de koffietafel kleine gesprekjes en soms gaat het ook wat dieper. Ik sprak er eens iemand die vertelde dat zijn vrouw was overleden en dat hij elke dag even naar de supermarkt ging om er even uit te zijn en mensen om zich heen te hebben. Vorige week zat er een oudere man koffie te drinken. In gebrekkig Nederlands wilde hij een praatje met me aanknopen. Ik moest vooral weten dat hij uit Rusland kwam en niet uit Turkije. Die dag woont hij precies 18 jaar in Nederland. Zijn dochter en zoon hebben in Utrecht gestudeerd en hij verhuist over 7 maanden, als hij pensioen krijgt, zo gauw mogelijk naar Utrecht. Want daar heeft hij veel meer te doen met zijn pensioen dan in Epe. “In Nederland hebben we het goed”, zei hij. “Het is hier stabiel. Alleen zouden mensen veel meer blij moeten kijken en meer tijd moeten nemen om zo even een praatje te maken bij de koffietafel.” Hij doet me de glimlach voor die hij voor ogen heeft.

Ondertussen rijdt een mevrouw met een scootmobiel achter me langs. Ze stoot tegen mijn stoel omdat de doorgang net te smal is. Aan de andere kant loopt een echtpaar snel richting kassa. Mijn gedachten zijn bij de vrouw in de scootmobiel. Hoe vaak zou ze moeten vragen of ze er even langs mag? Op vele plekken staan er obstakels waardoor het me niet makkelijk lijkt om in een winkel met zo’n mobiel te navigeren. Ik had niet door dat ik in de weg zat en vond het jammer dat ze tegen me aan reed in plaats van even te vragen of ik wat meer naar voren kon gaan zitten.

Ondertussen gaat de Russische man verder met zijn verhaal. Ik vraag hem hoe het komt dat hij na 18 jaar nog zo moeilijk Nederlands spreekt. Hij vertelt: “Ik kom niet zo gauw met Nederlanders in gesprek. Thuis praat je toch je eigen taal en ik kom naast het werk niet zo snel buiten huis.” Dan kom ik er achter dat hij heel goed Engels spreekt. Hij vertelt over een Engels familielid en gebruikt veel goede Engelse woorden. Ik wil net op Engels overgaan om het gesprek iets soepeler te laten verlopen toen hij er aan toevoegde: “Daarom vind ik het zo fijn om hier aan de koffietafel Nederlands te spreken. Dan leer ik het steeds een beetje beter”. Dus heb ik nog even wat verder gepraat in het Nederlands en toen mijn koffie op was zei ik hem gedag. Met een glimlach op mijn gezicht ging ik richting kassa.

Niet de handicap veroorzaakt problemen, maar de wijze waarop onze samenleving is ingericht (Blog)

08, jan, 2018

Door Anja Wouters , Adviseur Inclusie en Projectleider MEE Samen

Mensen met een beperking doen nog onvoldoende mee in de Nederlandse samenleving. Dat staat in een rapport van het College voor de Rechten van de Mens, dat onlangs is aangeboden aan minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Gehandicapten ondervinden grote belemmeringen op het gebied van arbeid, zelfstandig wonen, onderwijs en toegankelijkheid van openbare ruimten.

In Nederland wonen minstens twee miljoen mensen met een beperking. Dat zijn bijvoorbeeld mensen in een rolstoel, maar ook mensen die doof, slechtziend of blind zijn. Of een verstandelijke of psychische beperking hebben. En ook mensen met dyslexie, taalproblemen, autisme of een chronische aandoening hebben een beperking waarmee volgens het VN-verdrag rekening moet worden gehouden.

Het vinden van werk is een van de grootste problemen. Zo hadden mensen met een beperking in 2015 en 2016 twee keer zo vaak geen werk dan mensen zonder beperking. En uit een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) blijkt dat de helft van de bedrijven niet van plan is om mensen met een beperking in dienst te nemen. Werkgevers vinden het vaak gedoe om gehandicapten in dienst te nemen, omdat procedures voor extra voorzieningen vaak ingewikkeld zijn en lang duren.

Bedrijven zouden wel meer willen werken met mensen met een beperking, maar vinden het moeilijk om inzicht in personeel met een beperking te krijgen. Vragen die zij vaak hebben, zijn: waar vind ik mensen met een beperking en wat kunnen ze? Ook is het onduidelijk welke risico’s het aannemen van een werknemer met een beperking met zich meebrengen, zoals uitval door ziekte of inzetten van begeleiding. Het wordt heel moeilijk gemaakt voor mensen met een beperking. Sommige bedrijven geven aan dat er geen geschikte functies zijn of geen nieuwe medewerkers nodig zijn. Ook zou er te weinig capaciteit zijn om de medewerkers met een beperking goed te begeleiden. Werkgevers kennen ook vaak de regelingen niet die er zijn voor deze doelgroep, zoals loonkostensubsidie of de no-riskregeling bij ziekte. Verder worden Wajongers per 1 januari 2018 gekort op hun uitkering. In plaats van 75 procent van het minimumloon krijgen ze nog maar 70 procent. Daar kunnen zij niet van rondkomen, want vanwege hun handicap, hebben zij vaak veel extra kosten.

De meeste bedrijven voelen zich wel verantwoordelijk voor het in dienst nemen van mensen met een beperking, maar vaak worden er geen concrete maatregelen genomen om dat ook mogelijk te maken. Er worden niet genoeg banen gecreëerd. Eerder heeft het kabinet afgesproken dat er tot 2026 in totaal 125.000 banen voor gehandicapten bij moeten komen: 25.000 bij de overheid en 100.000 bij andere werkgevers.

Ashley Bakker uit Dordrecht vertelt: “Ik ben doof geboren, maar ik kan 70 procent horen dankzij een gehoorapparaat. Toch moet ik maandenlang solliciteren en ik heb geen recht op Wajong. Telkens word ik afgewezen omdat ik doof ben. Ik kan prima horen en praten, daar heb ik jarenlang voor moeten oefenen. Maar tevergeefs. Ik ben niet de enige dove in Nederland die gemotiveerd is om een baan te vinden. De werkgevers moeten ons een kans geven.” Helaas wordt Ashley beoordeeld op haar beperking. “Mensen met een beperking moeten ook gewoon als arbeidskracht worden gezien. Doven en blinden hebben geen andere beperking dan dat ze niet kunnen horen of zien. Ze hebben evenveel lerend vermogen als ieder ander, dus ze zouden net zo ver moeten kunnen komen. We moeten er als samenleving voor zorgen dat mensen met een beperking volwaardig kunnen deelnemen aan de maatschappij. Niet de handicap veroorzaakt problemen, maar de wijze waarop onze samenleving is ingericht. Dit vergt aanpassingen van ons allemaal”, aldus Ashley.

Voor mensen die ondersteuning willen om deelname op het gebied van werk, onderwijs, wonen, omgaan met geld en vrije tijd mogelijk te maken, biedt een Toekomstcoach een goede uitkomst. Ondersteuning door de Toekomstcoach zorgt ervoor dat mensen, die door hun beperking afstand tot de arbeidsmarkt ervaren, niet tussen wal en schip raken en weten waar ze terecht kunnen met hun vragen. De Toekomstcoach brengt alle vraagstukken (ook bijvoorbeeld in de thuis- of financiële situatie) in beeld, kijkt naar wat er wel kan en zorgt ervoor dat mensen hulp uit hun omgeving of professionele zorg krijgen als dat nodig is. De Toekomstcoach is de verbindende schakel tussen alle betrokken partijen, ook de (mogelijke) werkgever, hulpverleningsinstanties en naasten. Hierdoor kunnen problemen worden opgelost en voorkomen. Mensen zitten hierdoor beter in hun vel en hebben meer toekomstperspectief!

Meer informatie over de Toekomstcoach

Parkeren met een invalidenparkeerkaart (Blog)

04, dec, 2017

Sinds mijn moeder een invalidenparkeerkaart heeft, let ik er op waar de parkeerplekken voor invaliden zich zoal bevinden. Ook bekijk ik de mensen die daar dan parkeren en vervolgens uit stappen. Op welke gronden krijgen mensen zo’n parkeerkaart? Soms zie ik verder niets aan de persoon die uitstapt. Is dat dan een verwant van de parkeerkaarthouder die er even gebruik van maakt voor eigen gerief? En is dat erg? En soms wordt er van alles uitgeladen om vervolgens met hulpmiddelen vanuit de auto te komen om op weg te kunnen gaan naar een winkel.

De plekken van de parkeerplaatsen zijn vaak dichter bij dan de andere plekken. Maar soms ook niet. Zo zijn er bij een supermarkt in ons dorp negen plekken gereserveerd voor invaliden. Maar ik moet zeggen dat als je op de negende plek staat, je nog behoorlijk ver van de winkel vandaan bent. Dan zijn er andere, reguliere plekken die dichter bij zijn. Het enige voordeel dat je dan nog hebt bij zo’n plek is dat hij breder is en je dus meer ruimte om je auto hebt voor een rolstoel of rollator.

Als ik met mijn moeder naar de supermarkt ga, wil ze beslist op een invalidenparkeerplaats. Ik wil dan nog wel eens op de plek gaan staan die dichter bij is en dat snapt mijn moeder niet. Die denkt eigenlijk niet meer over de andere plekken na en of die dichter bij zijn. Ze gaat er van uit dat die dan toch wel verder af zullen liggen.

Afgelopen week vond een andere weggebruiker de negende plek ook te ver. Wij hadden de eerste parkeerplek in de rij. Toen we terug kwamen met onze boodschappen had de bestuurder van deze auto op de stoep naast onze plek geparkeerd. Het gevolg was dat mijn moeder niet goed met haar rollator tussen de auto’s kon komen. De bestuurder van de auto had wel zijn invalideparkeerkaart voor de ruit gelegd. Met andere woorden: We moesten maar begrip hebben. Nu stond de auto ook op de plek waar rolstoelers op en van de stoep kunnen rijden. Daarmee blokkeerde hij die afrit ook. Dus met zijn invalidenparkeerkaart hield hij geen rekening met andere invaliden. Toch jammer!

Ria Brands

Hannie heeft haar eigen stijl (Blog)

27, nov, 2017

De grote kerk in ons dorp werd 15 jaar geleden gerenoveerd. Door een commissie van die kerk werd een grote schilder- en tekenwedstrijd uitgeschreven. De vraag was om de grote kerk te schilderen of te tekenen. Als de kerk weer open ging zouden de kunstwerken geëxposeerd worden. Mijn zus Hannie las de oproep en was meteen enthousiast. Ze ging aan de slag met haar pen en papier.

Ze was er best eventjes mee bezig. Uiteindelijk maakte ze een mooie pentekening op haar karakteristieke manier. En deze tekening werd ingestuurd. Na enkele weken kreeg Hannie bericht. Ze was tweede geworden en had een prijs gewonnen. Er werd een datum afgesproken waarop de jury de prijs zou komen brengen. Hannie was in haar nopjes. Ze had er lang aan gewerkt en die moeite werd nu beloond met een prijs!

Op de dag van de afspraak ging de deurbel en stonden twee juryleden voor de deur. Mijn moeder deed open en ze vroegen naar Hannie. Die kwam er al gauw aan. De juryleden werden even stil. Want Hannie heeft duidelijk het syndroom van Down, wat de jury niet verwacht had. Er was ook geen hokje geweest om aan te vinken of je een beperking had. Ze stonden versteld. Zonder te weten dat Hannie een beperking had, hadden ze haar de tweede prijs toegekend. Het juryrapport loog er niet om. Met haar eigen stijl en de bijzondere manier van neerzetten van de grote kerk etc etc. had ze de prijs gewonnen. Mijn moeder was apetrots. Hannie hoorde er bij!

Ik vroeg me toen af of het anders gewogen zou zijn geweest als ze hadden geweten dat Hannie het syndroom van Down had. Hadden ze dan nog objectief naar haar tekening kunnen kijken? Hannie heeft vele kleurplaten voor winkels ingekleurd tijdens Sint, Pasen of andere acties. Dan hadden we de neiging om naast haar leeftijd wel neer te zetten dat ze een beperking had. Ze was immers duidelijk te oud om mee te doen als ze haar leeftijd in moest vullen, maar voor haar beleving niet. Dus een beetje omgekeerde discriminatie. Ze heeft trouwens voor al die kleurplaten nooit een prijs gekregen.

Maar voor haar tekening in eigen stijl van de grote kerk heeft ze die wel ontvangen. En nu hoorde ik dat een van haar andere kunstwerken uitgekozen is voor de tentoonstelling Buitengewoon Stijlvol in de Galerie Special Arts aan de Zonnehof in Amersfoort. Een tentoonstelling met eigentijdse kunstwerken met verwantschap aan de Stijl die te zien is van oktober 2017 tot en met 8 januari 2018. Ik ben trots op die zus van me!

Ria Brands