Categorie archieven

Aan tafel bij prinses Laurentien om OV voor mensen met een beperking te verbeteren

06, sep, 2017

Vanwege mijn lichamelijke beperking ben ik volledig afhankelijk van een rolstoel. Ik kan hierdoor geen auto besturen. De afgelopen jaren heb ik dan ook zelf ervaren hoe belangrijk het is om zelfstandig te kunnen reizen. Om deze reden ben ik erg gemotiveerd om het gesprek aan te gaan om het Openbaar Vervoer (OV) voor mensen met een beperking nog beter en toegankelijker kunnen maken.

Op 3 juli reisde ik voor MEE naar Den Haag om bij prinses Laurentien te praten over het verbeteren van het OV voor mensen met een beperking. Ook OV-bedrijven en landelijke en regionale overheden schoven aan tafel aan voor een gezamenlijke aanpak. Dat het OV voor mensen met een beperking beter kan bleek uit de rectificatie van het VN-verdrag voor mensen met een beperking. Aanleiding dus voor dit ‘kwetsbaar- vervoer-diner’.

Enquêtes
Het was een mooie inspirerende avond waarin alle betrokkenen gezamenlijk tot de conclusie zijn gekomen dat er nog een behoorlijk aantal punten verbeterd moeten worden als we willen dat er meer mensen met een handicap met het OV kunnen gaan reizen. Om de verbeterpunten in kaart te brengen lanceerde MEE onlangs een enquête voor mensen met een beperking een enquête voor zorgprofessionals. Het invullen of delen van deze enquêtes in uw netwerk stel ik erg op prijs. Dit kan nog tot 15 september a.s.

Richtlijnen voor OV-bedrijven
Ons gezamenlijke doel is om richtlijnen op te stellen voor OV-bedrijven, zodat het voor mensen met een beperking ook mogelijk wordt om met het OV te reizen Het ministerie van VWS heeft al aangegeven dat zij openstaan voor deze feedback en ze zijn bereid om hier richting de OV-bedrijven iets mee te doen. Over een aantal weken zullen de mensen die op 3 juli bij elkaar waren weer bij elkaar komen om te kijken hoe wij gezamenlijk aan de slag gaan met de uitkomsten van de enquêtes. We willen op praktisch niveau en in de uitvoering echt dingen veranderen die de toegankelijkheid in het OV voor mensen met een beperking ten goede komen.

Patrick Schmidt
MEE Team Training & consultancy

Met elkaar uit elkaar, over (vecht)scheidingen

12, jun, 2017

Door Marieke Schoonderwoerd, projectleider, MEE Veluwe en MEE IJsseloevers

Het project ‘Met elkaar uit elkaar’ is onlangs afgerond. Een project met als doel de samenwerking van professionals die betrokken zijn bij scheidingen te verbeteren. En wat blijkt; samenwerken is niet altijd makkelijk!

Wat een titel! Wil je nu uit elkaar of niet? En als je uit elkaar gaat, waarom moet dat dan met elkaar? Vaag…. Ouders die gaan scheiden, zijn geen partners meer, maar ex-partners. Ouders die gaan scheiden, zijn geen samenwonende ouders meer, maar ze zijn nog wél ouders. Dus al gaan ze uit elkaar, ze zijn nog steeds met elkaar.

En wat dan met de hulpverleners, de intern begeleiders van de school, de huisarts, de wijkteammedewerker, de advocaat en de rechter die met deze ouders en hun kinderen te maken hebben? Wat met de ene advocaat die de vader steunt, wat met de andere advocaat die de moeder steunt? Wat met de leraar of de  jeugdzorgmedewerker die het kind steunt? Werken die met elkaar? Of werken die ook gescheiden, zijn die ook ‘uit elkaar’?

Lees ook het interview met familierechter Hein Schröder

In het systemisch werk -waar ik in geschoold ben- wordt gezegd dat je de dynamiek van het hoofdonderwerp van je werk bij het werk naar binnen haalt. Dat zou betekenen dat de dynamiek die bij scheidingen een rol speelt, ook naar boven komt bij professionals die bij scheidingen ondersteunen.

Zo is het ook. Advocaten en rechters vinden dat hulpverleners escalerend werken. Hulpverleners vinden dat advocaten escalerend werken. Net als die vader en die moeder in die complexe scheiding dat van elkaar vinden. Scholen vinden dat ze onvoldoende door de hulpverlening worden ondersteund en gezien, net zoals het kind in de scheiding dat soms ondervindt.

Samenwerken is inderdaad nog niet altijd makkelijk! Het project ‘Met elkaar uit elkaar’ heeft dit op een mooie manier in beeld gebracht; en gelukkig een stuk genuanceerder dan ik hierboven heb beschreven. Het houdt de spiegel voor aan de betrokken professionals, opdat ze van elkaar kunnen leren. En, omdat niets menselijks de professional vreemd is, leren ook de professionals met vallen en opstaan. Net zoals de ouders.

Voor iedereen die meer wil weten: ga naar www.met-elkaar-uit-elkaar.nl
Email: m.schoonderwoerd@meeijsseloevers.nl

 

 

 

Netwerk, ik ben het woord zat!

10, mei, 2017

Esther Jager, Kantelcoach MEE Samen
Mei 2017

“Mijn netwerk doet al wat het kan”. “Heeft u een sociaal netwerk?” “Wat als er geen netwerk is?” “Ik heb geen netwerk”. Deze opmerkingen kom ik veel tegen in mijn rol als kantelcoach bij sociaal teams.

De zorg moet goedkoper, dus vrijwilliger, mantelzorger, netwerk, kom maar op! De inwoner weet dit ook en dekt zich in, haalt foto´s van de muur of is bang dat hij teveel over het eventuele netwerk zegt, omdat het tegen hem gebruikt kan worden. Beroepskrachten moeten er naar informeren, het staat expliciet in het format, waarna ze blij zijn af te kunnen vinken het netwerk ter sprake te hebben gebracht. De gedachte leeft dat het netwerk veel moet doen en groot moet zijn. Netwerk zou de oplossing zijn in transformerend Nederland.

Beroepskrachten en inwoners zijn het woord netwerk zat. Het is een naar woord geworden. Zou dat de bedoeling zijn geweest van de transformatie? We hebben geen invloed op het al dan niet aanwezig zijn van een netwerk; we hebben invloed op hoe we het bespreekbaar maken. Dat vraagt dus om een mindset bij jou als werker in het sociaal domein en als medeburger.

En hoe doe je dat dan?

  • Gun jezelf de tijd om te luisteren naar wat iemand te vertellen heeft;
  • Licht het eruit als je al pratende, een persoon hoort noemen;
  • Stel open vragen;
  • Stel je gesprekspartner centraal;
  • Bedenk: het netwerk hoeft niet altijd wat te doen als antwoord op de vraag die er ligt, meedenken is ook al fijn. En, een of twee mensen is ook al netwerk;
  • Heb oog en oor voor het kleine, dat wat er is, is al veel.

Ik zou het onszelf gunnen om het weer leuk te laten zijn om het over netwerk te hebben. Zonder het woord als zodanig te benoemen. Want netwerk is geen doel op zich. Het woord ben ik zat, maar aan de intentie wil ik me maar al te graag verbinden. Het is een manier van samenleven met elkaar om de dingen die goed gaan, goed te blijven laten gaan. En bij een tegenslag te weten bij wie je terecht kunt en wie bij jou terecht kan. Je kunt het afspreken met elkaar omdat dit niet voor iedereen vanzelfsprekend is. En het neveneffect kan zijn dat de zorg goedkoper wordt, maar dat zien we dan wel weer…

 

 

 

Hoe moeilijk kan het zijn om door een toegangspoortje te gaan?

24, apr, 2017

Roy, ervaringsdeskundige autisme bij MEE

Deltion! Ik moet nog weleens terugdenken aan de keer dat ik jou, Janine, vergezelde bij die autismewandeling voor docenten. Vooral aan die kloterige toegangspoortjes. Deels omdat ik schrok van mezelf. Deels schaamte. Hoe moeilijk kan het zijn om door een toegangspoortje te gaan? De dag daarna stond ik op het station in Zwolle. Om bij de trein te komen moest ik weer door toegangspoortjes. Gelukkig had ik voldoende tijd om een sigaret op te steken en van een afstandje te bekijken hoe die poortjes werken. Ik ben probleemloos door de poortjes gekomen en daarna begon de ellende. Veel nummers, pijlen en teksten om bij de trein te komen. Ik raakte volledig gedesoriënteerd en ik ging de verkeerde kant op. Ik moest mezelf tot de orde roepen en logisch gaan denken. Ik kon mezelf corrigeren en ik wist op het nippertje de trein te halen. Gelukkig! Ik haat het om ergens te laat te komen.

Ik moet nog regelmatig denken aan onze eerste gezamenlijke training in Barneveld. Voor de training hebben wij kort telefonisch contact gehad en de context voor de avond in Barneveld besproken. Na het ontvangen van de presentatie werd het allemaal wat duidelijker voor mij! Ben nogal visueel ingesteld, hè. Blond. Maat 38. Cup D. Geintje… Maar toch… ik ging iets doen wat ik nog nooit eerder gedaan had. Ik heb daar toch enkele nachten onrustig van geslapen. Uiteindelijk wist ik mezelf gerust te stellen met het feit dat ik alleen maar bij mezelf hoefde te blijven. Maar er was nog een probleem. Allemaal nieuwe onbekende mensen. Ook jij, Janine! Het verloop was prettig voor mij. Inmiddels zijn wij vele trainingen verder en dat gaat uitstekend. Ik vind het superfijn om met jou en andere collega’s samen te werken. Ook de positieve evaluaties van de deelnemers aan een training zijn altijd weer mooi om te lezen.

Ik had nogal wat problemen met sociale interactie. Dat is ook de reden dat ik met MEE in contact ben gekomen. Ik had MEE een email gezonden dat ik wilde deelnemen aan de cursus ‘Sociale contacten voor volwassenen’! Daar is een afspraak met een collega uitgekomen. Na een gesprek van 2 uur vroeg jouw collega aan mij om contact te zoeken met ErvaarMEE. Dat heb ik gedaan en dat heeft mij in korte tijd heel veel opgeleverd. Mijn sociale interactie is sterk verbeterd en MEE is voor mij een warm bad, het voelt als thuiskomen. Allemaal enthousiaste professionals die je niet veroordelen en mij op een fijne manier weten te ondersteunen. Soms denk ik weleens: hé, je kunt wel minder rekening houden met mij.

Janine, ik heb me heel vaak afgevraagd hoe het is om ‘normaal’ te zijn. Afgelopen week zat ik een uitzending van ‘Talent: Autisme’ te kijken. Daar werd de vraag gesteld: als er een pil zou zijn die autisme wegnam, zou jij die dan nemen? Mijn antwoord was nee! Het antwoord op televisie was ook nee. Met een pil die autisme wegneemt zou ik zou mijn specifieke vaardigheden kwijtraken. Jij hebt mij in Nunspeet gevraagd hoe ik het altijd met mijn werk heb gedaan. Ik heb daar voor mijn gevoel toen geen antwoord opgegeven. Omdat ik dat op dat moment niet goed wist. Maar nu wel: ik heb in het verleden tijdens mijn werk altijd gebruik kunnen maken van mijn specifieke vaardigheden. Vaardigheden die voor ‘normale’ mensen lastig of niet aan te leren zijn.

Ik vind het waanzinnig leuk om met jou en collega’s de trainingen te doen. Voor mij komt de veelzijdigheid goed uit. Geen training is hetzelfde!

Ode aan de ervaringsdeskundige

24, apr, 2017

Janine van Loenen, trainer MEE Veluwe en MEE IJsseloevers

Eigenlijk heb ik me altijd een beetje verloren gevoeld, zo zonder jou naast me, Roy! Het delen van jouw levenservaring opent zichtbaar de ogen.

Zoals die keer dat we op Deltion waren. Onze collega-trainer, jij en ik gaven een bijeenkomst ‘Beleef autisme’ aan docenten van de Entree-opleiding START. De middag was een mengeling van theorie, ervaringsoefeningen en een autismewandeling door de school, gecombineerd met jouw ervaringsverhaal.

We sluiten af met de wandeling. Halverwege de wandeling passeren we toegangspoortjes. Deze poortjes openen niet automatisch nadat we de bezoekerspas erdoor gehaald hebben. Jij stagneert en raakt, bijna niet zichtbaar, in lichtelijke paniek. Ik zie dit, de groep is het nog niet opgevallen. Voor mij als trainer ‘lesstof’ die we meteen toe kunnen passen. Voor jou natuurlijk vervelend. Toch weten we hier samen meteen een positieve draai aan te geven.

Ik vraag de groep even te stoppen en stel aan jou de vraag wat er gaande is. Jij legt uit: “Er gebeurt iets anders dan ik vooraf gedacht had. Ik weet niet wat ik moet doen en sta dus even als aan de grond genageld”. Wij als trainers kunnen dit voorbeeld meteen koppelen aan een ervaringsoefening die de deelnemers vlak daarvoor gedaan hebben. Wat gebeurt er met je wanneer dingen anders gaan dan je gewend bent? Je hebt tijd nodig. Dingen gaan niet automatisch, dus je moet ontdekken wat wel te doen. Dit kost tijd en gaat soms gepaard met paniek. Hetgeen jij, Roy, door deze situatie meteen hebt laten zien.

Dit voorval, maar ook de rest van de wandeling, maakt indruk op de docenten. Het opent ze de ogen om door een ruimte te lopen met jou naast zich, waar ze op andere dagen ‘gewoon’ door hun school lopen zonder acht te slaan op de aspecten waar jij ze op wijst. De cirkel is hiermee rond. Onze verhalen versterken elkaar en het bevestigt voor mij dat ik  geen enkele training meer wil geven zonder ervaringsdeskundigen.

‘Loverboys’ in Apeldoorn: Bijna alle meiden gingen mee

24, apr, 2017

Bron: artikel De Stentor 22 april 2017

Op de kermis van Apeldoorn zijn vrijdagavond ‘nep-loverboys’ ingezet door de politie. Verschillende meiden tussen de 13 en 15 jaar zijn aangesproken voor een fotoshoot, en bijna alle meiden ging mee.

De actie is een initiatief van de politie, MEE, Stimenz en Veilig thuis. De meiden werden op de kermis gevraagd of ze mee wilden doen aan de fotoshoot, in verband met opnames van een nieuw TV-programma.  Lees hier het volledige artikel

Gastlessen op scholen
Om jongeren voor te lichten over de gevaren, geeft MEE gastlessen op scholen over sexting, sextortion, grooming, loverboys en de rol van social media hierbij. Dit aantal neemt nu al rap toe. Jongeren zijn zich niet bewust van de effecten van het doorsturen van naaktfoto’s. Vanuit ethisch opzicht niet, maar ook niet vanuit juridisch opzicht (kinderporno, dus strafbaar). Voor leerkrachten is het tegelijkertijd ook een lastig onderwerp; kennis, maar ook handelingsverlegenheid spelen hierbij een rol.

Vraag hier een gastles aan!

Workshops stemmen voor mensen met licht verstandelijke beperking

27, jan, 2017

In de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen organiseren MEE en ProDemos voor de vierde keer het project ‘Stem jij ook?’. Het doel is om mensen met een licht verstandelijke beperking goed voor te lichten op de verkiezingen en het stemmen. Door middel van een Landelijke Kiezersdag en regionale workshops in o.a. Almere, worden de deelnemers op praktische en informatieve wijze voorbereid.

Op 11 februari konden mensen met een licht verstandelijke beperking deelnemen aan de Landelijke Kiezersdag op het Binnenhof in Den Haag. Daarnaast zijn er in de regio  workshops o.a. op 8 maart in Almere en Apeldoorn. De workshop in Almere wordt in samenwerking met Stichting Abri georganiseerd, die de belangen behartigt van mensen met een verstandelijke beperking.

Stem jij ook?
De workshops zijn onderdeel van het grotere ‘Stem jij ook?’-project van MEE en ProDemos. ‘Stem jij ook?’ werd voor het eerst georganiseerd in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 2012. Vanwege het succes en de positieve reacties van zowel deelnemers als politici, hebben MEE NL en ProDemos het project nadien ook georganiseerd voor de gemeenteraadsverkiezingen, de Europese verkiezingen en de Provinciale Statenverkiezingen. Naast de Landelijke Kiezersdag en de regionale workshops, is er een speciale verkiezingskrant en website ontwikkeld voor mensen met een licht verstandelijke beperking.

Kiezers en zetels
Het project richt zich op volwassenen met een IQ tussen 50 en 85. In Nederland wonen bijna 75.000 mensen met LVB (IQ 50 – 70) en daarnaast nog eens 2,2 miljoen zwakbegaafden (IQ 70- 85). Samen is dit 18% van het aantal kiesgerechtigden in Nederland. Daarnaast worden politici bewust gemaakt van de omvang van de kiezersgroep, de noodzaak en het belang hen begrijpelijk aan te spreken en in te gaan op hun specifieke behoeften en vragen. De politicus die volgens de doelgroep het duidelijkst spreekt ontvangt daarvoor een bokaal.

Informatie en aanmelden
Alle informatie over het project ‘Stem jij ook?’ en achtergrondinformatie over de verkiezingen, stemmen en de Landelijke Kiezersdag is terug te vinden op de website www.stemjijook.nu. Belangstellenden voor de regionale workshop in Almere en Apeldoorn kunnen zich tot 22 februari aanmelden via secretariaatAenO@meesamen.nl . Deelname is gratis.

‘Nu het de week van de toegankelijkheid is, neemt u mijn beperking ook in?’

06, okt, 2016

Sazime Diler – Consulent in opleiding

Daar kwam een app van mijn vriendin. Of ik vanavond wat te doen heb. Eens even kijken. “Nou nee, niet bepaald”, appte ik terug. Ze vroeg me of ik dan met haar en andere vriendinnen mee uit eten wilde en daarna naar een club die goede muziek draait. ‘Toegankelijkheid’ begint bij mij al bij het kiezen van kleding. Want stel je voor, mijn geld valt op de grond en ik kan dan niet bepaald op mijn hurken om het op te pakken. Ik zal het dan moeten pakken met een beweging waarbij ik niet een te korte jurk aan moet hebben.

Om 18:30u werd ik opgehaald door mijn vriendin. Een andere vriendin zat voorin en ik vroeg haar vriendelijk of ze achterin wilde zitten. Ze antwoordde dat ze dat ook al van plan was. Ik zei op een ironische manier “Tja als je gehandicapten mee op stap neemt, heb je een aparte gebruiksaanwijzing voor die avond”. Waar zij “al die gehandicapten ook” op antwoordde. Al lachend gingen we richting het centrum van Arnhem.

We parkeerden bij de Rijnkade en ik bedenk altijd vooraf waar ik dan uit de auto stap, om de trap naar boven of de steile helling te vermijden. Beiden zijn minder toegankelijk voor mij. De energie die ik daar verbruik zal ik die avond nodig hebben om te swingen in de club. In de straat waar we zullen eten, is het bestraat met kinderkoppen. Ik ben al weleens gevallen omdat ik bleef haken achter een steen die net wat hoger was dan ik had ingeschat. Sindsdien let ik er heel goed op.

‘Ga ik het vlees zelf snijden?’
Aangekomen bij de eettent had ik enorme trek gekregen. Ik ben dan ook een echte vleeseter, dus bestelde ik een goed stuk vlees. Medium gebakken. Als het doorbakken is, dan is het te hard en voel ik me bij het kauwen net een koe en anderzijds is te sappig ook niet waar ik van houd. Na enig moment gewacht te hebben kregen we ons diner voor ons. Het zag er goed uit, maar er gingen belletjes rinkelen. Ga ik zelf het vlees snijden? Of laat ik het achter doen? Ik heb het in eerste instantie zelf geprobeerd, maar ik heb niet de kracht om dit bij het gehele stuk vlees te doen, want ja, ik wil nog swingen! Ik heb het maar aan de ober gevraagd; ik zou ook niet willen dat mijn stuk vlees bij een ander op bord komt of, erger nog, in het gezicht. Alle dramatische situaties zie ik dan natuurlijk voor me, als beelddenker. Ik heb de ober gevraagd of hij het voor mij in stukjes wil snijden, omdat ik daar de kracht niet voor heb. Hij zei dat hij dat wel wilde doen. Hij kwam terug met het vlees, en ik overdrijf (niet), in 1001 stukken. Ik moest wel even grinniken. Ik laat niet graag iets over aan anderen, dit was dan ook een bevestiging. Ik maakte nog een grapje of hij het de volgende keer ook kon pureren. “Zelfs dat wil ik voor je doen” grapte hij terug. Tenslotte vond ik de bejegening erg fijn. Het voelde niet bezwaard.

Nadat we gegeten hadden, stapten we weer in de auto. Bij de beroemde blauwe golven onder de brug – klinkt spannend maar is het niet – zijn de invalide parkeerplekken. Welgeteld heb je er 10 en, ja. alle 10 waren bezet. Het was inmiddels al rond 22:00 uur. De overweging om daar uit te stappen en op de rest te wachten, maakte ik natuurlijk direct. Mar toen ik de deur opende, zag ik dat er een groep jongeren onze kant opkeek en in mum van tijd deed ik de deur weer dicht, en besloot ik toch maar met ze mee te rijden. Gelukkig vonden we een parkeerplek in de buurt, maar ik moest wel meer energie inleveren die ik zou gaan gebruiken voor, jawel, het swingen!

Het dilemma van het swingen
Aangekomen bij de club, waar we de nacht verder zullen doorbrengen, zag ik dat het nog niet druk was. Daarom konden we nog een mooi ‘toegankelijk’ plekje uitzoeken. Dat wil zeggen, het was een mooi plekje uiteraard, maar het was veel minder toegankelijk. Te hoge barkrukjes, te hoge tafels, geen wc op de begane grond. Wanneer het drukker wordt, kan ik niet met mijn glas drinken tussen al die swingende mensen door vanaf de bar naar mijn zitplaats. Dan ben ik bang dat ik val of ik word aan de kant geswingd. Gelukkig ben ik assertief genoeg om de mensen die de lege glazen ophalen, te vragen of ze de volgende ronde drinken voor me mee willen nemen. En dat doen ze.

Even terug naar de te hoge barkrukjes en hoge tafels. Ik heb mijn eigen manier gevonden, met hulp die ik krijg van de dames, om bijna letterlijk zo’n kruk te beklimmen. Ik zit. Ik tank dan energie bij om vervolgens te kunnen swingen. Of ik houd mezelf (of jullie) voor de gek, want ik weet dat als ik inderdaad ga swingen, ik weer moet klimmen en klauteren om na het swingen weer tot rust te komen op de te hoge barkruk.

Maar dan….  
Kom je op je stage en zie je het volgende:
Er zijn 4 parkeerplaatsen voor de invaliden. Er stonden al 2 auto’s zonder een invalideparkeerkaart geparkeerd, er komt er nog 1 aanrijden en die ging er ook zonder invalideparkeerkaart staan. Als we de wereld willen veranderen, moeten we dan niet bij onszelf beginnen? Hoe toegankelijk zijn wij? Ben jij? Zeg jij er wat van als je dit ziet gebeuren? Ik (indirect) wel.

Had je deze toevallig op je autoruit? Dan was ik dat! Jij bent (nog) niet toegankelijk! 🙂

blog-sazime

Hoe gaat het eigenlijk met jou? – Janine van Loenen

13, jun, 2016

 

Janine van Loenen – projectmedewerker en trainer team Training & Consultancy

 

Bij de lancering van het boek ‘ouder van mijn ouders’ tijdens het symposium op 25 mei in Nijkerk word ik vanaf het begin meegezogen in de ervaringsverhalen van normaal begaafde kinderen met (licht) verstandelijk beperkte ouders.

Het wordt mij meteen duidelijk dat deze mensen vandaag hun meest kwetsbare kant laten zien. In het VN Kinderrechtenverdrag is vastgelegd dat ieder kind recht heeft op een goede, veilige stimulerende opvoeding. Hoe gaat dat er aan toe als een kind opgroeit bij ouders met een verstandelijke beperking? In de verhalen van de ervaringsdeskundigen blijkt dat het er anders aan toe gaat en de impact is enorm als je kijkt naar de ontwikkeling en levens van deze ervaringsdeskundigen.

Wat mij aangrijpt in de verhalen die ik hoor is dat er in de meeste gezinnen veel aandacht was voor de ouders. (Jeugd) zorg was er voor vader en/of moeder, maar naar het kind werd niet altijd evengoed omgekeken. “Waar was ik” is een veelgehoorde uitspraak deze dag. Een dochter die aangeeft dat ze geleerd heeft om zich weg te cijferen. Dit kwam deels omdat ze haar moeder niet boos wilde krijgen (en daardoor geweld uit de weg ging) maar ook uit loyaliteit naar moeder toe. Wat had zij graag gehad dat er een hulpverlener naar haar toe was gekomen met de vraag ‘Hoe gaat het met jou?’ En de verscholen boodschap begrepen had in het sociaal wenselijk antwoord dat gegeven werd.

Sommige ervaringsdeskundigen vertellen dat ze vooral hebben geleerd hun emoties uit te schakelen, omdat je kans van overleven dan veel groter is. Deze ervaringsverhalen komen behoorlijk binnen bij mij. Is vanuit de hulpverlening of vanuit persoonlijke netwerken inderdaad ‘het kind’ goed genoeg gezien?

Koppelen onderwijzers, huisartsen en hulpverleners  bepaalde signalen ook aan een mogelijke verstandelijke beperking van de ouders? Weten we wel goed genoeg hoe hier mee om te gaan? Denken we te snel (ten onrechte) dat het kind een verstandelijke beperking heeft terwijl er alleen sprake is van een achterstand? Genoeg stof tot nadenken en ook de drive om hier daadwerkelijk wat mee te gaan doen. De werkgroep ‘Kinderen van ouders met een verstandelijke beperking’ heeft vandaag in ieder geval een mooi doel bereikt. Uit de anonimiteit en deze (vergeten) doelgroep op de kaart zetten.  Vanuit de hulpverlening is het nu aan ons om ons hard te maken voor adequate begeleiding, preventie en begeleiding rondom dit onderwerp.

Bekijk ook de aflevering van Brandpunt “kind zonder jeugd” over Deborah en Rosita, beide opgegroeid met verstandelijk beperkte ouders.  Op hun achtste waren ze al verstandiger dan hun ouders.

Meer weten? Neem contact op met Janine van Loenen, M : 06 22961716 projectmedewerker en trainer team training & consultancy,  MEE Samen.

 

Zelfstandig leren reizen met OV door handige reisapp

01, apr, 2016

In de gemeente Deventer kunnen leerlingen die gebruik maken van het leerlingenvervoer en inwoners die gebruik maken van WMO-vervoer, zich aanmelden voor een handige reisapp. De GoOV-app helpt hen om zelfstandig te leren reizen met het openbaar vervoer. MEE IJsseloevers begeleidt de deelnemers hierin. De GoOV- app is onderdeel van de pilot Mobiliteit in Deventer, dat eind vorig jaar in Deventer is gestart.

De app geeft op een smartphone praktische reisinstructies en is gekoppeld aan de OV-reisinformatie van de openbaar vervoersbedrijven. Bovendien beschikt de GoOV-app over GPS-tracking en de mogelijkheid om op afstand hulp te bieden. “Voor ouders is het een geruststelling om te weten dat er in onvoorziene situaties contact mogelijk is en dat zij weten waar hun zoon of dochter zich bevindt”, aldus Marloes Wijermars van MEE IJsseloevers.

Meer informatie of aanmelden?
Inwoners van de gemeente Deventer kunnen zich aanmelden voor de pilot bij Daphne Stroobants, contactpersoon pilot Mobiliteit Deventer, door te bellen met 06-30991246. Of mail naar d.stroobants@meeijsseloevers.nl.